Uitgelicht

nov 25

Banksparen - de bankspaarhypotheek

vrijdag 25 november 2011

Op 1 januari 2008 is de Wet Banksparen ingegaan. De Wet Banksparen biedt u de mogelijkheid om bij een bank of een beleggingsinstelling belastingvrij vermogen op te bouwen voor de aflossing van een hypotheek of voor het opbouwen van pensioen. Het belastingvrij opbouwen van vermogen voor bovenstaande doelen kon voorheen ook al, maar alleen door gebruik te maken van verzekeringsproducten. Op hypotheekgebied kenden we reeds de Kapitaalverzekering Eigen Woning. Door banken ook op deze markt toe te laten, verwachten de initiatiefnemers van deze wet dat de concurrentie toe zal nemen. Dit moet leiden tot lagere kosten en meer keuzemogelijkheden.

- De bankspaarhypotheek 
Een bankspaarhypotheek is een combinatie van een hypotheeklening en een geblokkeerde rekening. Op deze geblokkeerde rekening wordt periodiek geld gestort. Hierbij kan gekozen worden tussen:

- beleggen - de Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW);
- sparen - de Spaarrekening Eigen Woning (SEW).

Normaal gesproken valt het vermogen dat op een rekening opgebouwd wordt in box 3. Net als alle andere vermogensbestanddelen. Over het vermogen (saldo) in box 3 dient u - boven een bepaalde vrijstelling - 1,2% vermogensrendementsheffing te betalen. Het bijzondere van de bankspaarhypotheek is dat u over het opgebouwde vermogen geen vermogensrendementsheffing verschuldigd bent. Om van dit voordeel te kunnen profiteren, dient u wel aan allerlei regels te voldoen. De belangrijkste regels hebben wij hieronder voor u op een rij gezet. 

- Belangrijkste regels voor een bankspaarhypotheek: 
de rekeninghouder(s) moet(en) zelf een eigen woning hebben met een eigenwoningschuld;
de opbrengst uit de geblokkeerde rekening moet gebruikt worden voor de aflossing van de hypotheek;
de geblokkeerde rekening moet ondergebracht worden bij een bank of beleggingsinstelling die aan de Wet op het financieel toezicht voldoet;
de geblokkeerde rekening dient minimaal 15 jaar in stand gehouden te worden om in aanmerking te komen voor een belastingvrije uitkering. Die belastingvrije uitkering is dan 34.300 euro (bij een uitkering in 2010 was dat 34.100 euro). Op het moment dat u 20 jaar of langer spaart of belegt, wordt de maximale vrijstelling 151.000 euro (150.500 in 2010);
de premiebetaling moet regelmatig zijn. De hoogste premie mag nooit hoger zijn dan 10x de laagste premie.
De totale vrijstelling kan nooit meer bedragen dan 151.000 euro (150.500 euro in 2010) per belastingplichtige gedurende het gehele leven. 

Copyright © Bloemendal 2011

Deel dit met anderen!

Categorieën